Zo is het kenmerk opgebouwd
Voorbeeld uit de specificatie van de Belastingdienst: 2036 0000 1630 1110.
| Positie | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| 1 | 2 | Controlecijfer |
| 2–9 | 03600001 | Eerste 8 cijfers van het loonheffingennummer (RSIN of BSN van de werkgever) |
| 10 | 6 | Middel: 6 = aangifte loonheffingen (letter L), 0 = naheffingsaanslag loonheffingen (letter A) |
| 11 | 3 | Laatste cijfer van het jaar (hier 2023) |
| 12–13 | 01 | Subnummer (L01, L02 enzovoort als een werkgever meer loonheffingennummers heeft) |
| 14–15 | 11 | Tijdvak (hier november) |
| 16 | 0 | Volgnummer |
Tijdvakcodes
| Cijfer 14–15 | Tijdvak |
|---|---|
01–12 | Maand: 01 = januari … 12 = december |
71–83 | Vierwekenperiode 1 tot en met 13 (71 = periode 1, 83 = periode 13) |
21, 24, 27, 30 | 1e, 2e, 3e en 4e kwartaal |
40 | Heel jaar |
Naheffingsaanslag loonheffingen
Een naheffingsaanslag loonheffingen herken je aan een 0 op positie 10 van het kenmerk (letter A in het aanslagnummer). Net als bij btw heeft een naheffingsaanslag een eigen betalingskenmerk. Gebruik dus niet het kenmerk van de oorspronkelijke aangifte.
Loonheffingen betalen
- Wanneer: de aangifte en de betaling moeten binnen een maand na het einde van het tijdvak binnen zijn.
- Kenmerk vinden: bij de ingediende aangifte in Mijn Belastingdienst Zakelijk, of in je salarispakket. Zie betalingskenmerk vinden.
- Rekeningnummer: sinds 1 mei 2026
NL04 RABO 0200 1122 44ten name van Belastingdienst. Zie rekeningnummer Belastingdienst.
Veelgestelde vragen
Hoe zie ik voor welke maand een betalingskenmerk loonheffingen is?
Cijfer 14 en 15 geven het tijdvak: 01–12 zijn maanden, 71–83 zijn de vierwekenperiodes 1–13.
Wat is het verschil tussen de letter L en A?
L is een aangifte loonheffingen, A een naheffingsaanslag loonheffingen.